top of page

Rusland: kerstballen, kloosters en kabelbanen

  • Jan 4
  • 14 min read

Aan alles komt een eind, zo ook aan dit avontuur. Terwijl Amy kon gaan boarden, was het voor ons tijd om de terugweg in te zetten. Hoewel we de tijd van ons leven hadden, vonden we het ook een fijn vooruitzicht om weer naar huis te gaan. Onze katten knuffelen, familie zien en in ons eigen bed slapen. Dat is altijd met vakantie, als je weet dat je naar huis gaat, wil je er eigenlijk al zijn. Maar onze reis was nog niet helemaal voorbij: we hadden nog leuke vooruitzichten in Rusland. 


Ons initiële plan was om vanaf Ulaanbaatar direct omhoog te rijden en daar Rusland in te gaan. Rusland komt met wat uitdagingen, zo kunnen wij er met onze Europese bankpassen niet pinnen. Na wat overleg besloten we toch om het eerste gedeelte westwaarts daarom via Mongolië te reizen. Zodoende vertrokken we richting Arvaikheer. De route was niet heel spannend, het was precies dezelfde die we anderhalve maand eerder ook al hadden gereden. We verbleven zelfs in hetzelfde plaatsje. Wat wel bijzonder was, was de hoeveelheid mensen die langs de weg stonden. Al snel kwamen we erachter waarom: voor we het wisten reden we per ongeluk midden in een Mongoolse wielerwedstrijd. Sorry! Gelukkig was de politie die met de wielrenners meereed vriendelijk en ze begeleidden ons zonder problemen langs de colonne. 


In Arvaikheer sliepen we in een hotel waar we al eerder waren geweest. De kamer was netjes, het eten was lekker en de nachtrust goed. Een prima begin van de terugreis. Vandaag was het plan om in Altaj te eindigen. De Mongoolse versie dan, hè, niet de Russische. We waren al een tijdje onderweg toen we wegwerkzaamheden tegenkwamen. De hoofdweg was onbegaanbaar, dus we werden van de weg geleid het losse zand in. Zoals jullie je misschien nog herinneren van de Gobi, is los zand niet ideaal voor Herman. Maar we reden voorzichtig, namen de tijd en het ging eigenlijk wel best. Nog geen vijf meter verder, stoof de eerste auto ons voorbij. Die waren dit wel gewend. Een gigantische wolk zand bedekte onze auto. Het was zo fijn dat het via de luchtroosters naar binnen waaide en ons in een mooi, dun laagje stof bedekte. De wind hielp niet mee. We hielden onze shirts voor onze neus en mond om het stof niet allemaal in te ademen. Al met al kwamen we er goed doorheen en een paar honderd meter verder mochten we de weg weer op. We zetten de auto stil en stapten uit om zowel onszelf als Herman even te checken. We konden niet meer door onze brillen kijken en alles zat onder het zand. Herman was volledig bedekt en toen we de motorkap open maakten, werden we begroet door een gele motor. We konden allemaal wel een douche gebruiken, zullen we maar zeggen. 



Dat was gelukkig het enige obstakel op onze weg die dag. Na ongeveer acht uur rijden kwamen we aan in Altaj. Hier sliepen we in een nieuw hotel, waar de vorige keer geen plek was geweest. We dineerden er met kip en rijst en wasten al het zand uit onze haren. Zo konden we de volgende ochtend weer fris en fruitig op weg. 



Waar de vorige dagen zonder problemen waren verlopen, konden we dat van deze dag niet zeggen. Na een paar uur rijden voelden we plotseling een bekende trilling in de auto. Jawel, band lek. En niet zo’n beetje ook, er zat een heel gat in. Gelukkig hadden we de laatste keer dat dit gebeurde direct de reserveband laten vervangen, dus die konden we erop leggen. Zo gezegd, zo gedaan. Met het kapotte wiel in de achterbak reden we naar het eerstvolgende stadje: Hovd. Hier gingen we op zoek naar een nieuwe band, die vrij snel gevonden was. Terwijl Huib en de monteur bezig waren met de banden, zat ik rustig op mijn kampeerstoeltje in het zonnetje. Er liep een klein, wit hondje rond, wat enthousiast bij me kwam zitten. Ze wilde graag geaaid worden en wie ben ik dan om nee te zeggen? Uiteindelijk was alles vlot geregeld en konden we zelfs nog verder naar onze eindbestemming voor de dag: Ölgi. 



Ook hier waren we al eerder geweest. Het hotel was toen goed bevallen, dus sliepen we daar weer. Het fijne van Ölgi is dat het dicht bij de grens ligt. Zo konden we de volgende ochtend bijtijds richting Tasjanta, waar de grensovergang zich bevindt. Deze overgang ging eigenlijk heel soepel. Het was het bekende riedeltje van wachten, de auto uitruimen en geduld hebben, maar met een paar uur stonden we in Rusland. Op naar het al eerder bezochte Biejsk. Het prettige aan een bekende route rijden, is dat je ook weet of er goede slaapplekken zijn. We konden gewoon alle hotels die eerder waren bevallen, opnieuw boeken. Dus dat deden we dan ook. 


De dagen erop bestonden vooral uit rijden, rijden en nog meer rijden. We sliepen in een modern appartement, een hotel met een soort museum in de gangen en zo belandden we uiteindelijk in Jekaterinenburg. Deze stad was nieuw en de meeste hotels zagen er niet best uit, dus we besloten voor een duurdere optie te gaan. Niet ideaal, maar beter dan vieze, smoezelige kamers. Eenmaal aangekomen begaven we ons naar de incheckbalie, waar een Russisch meisje ons begroette. Wat bleek? Het hotel was volgeboekt. Onze kamer was niet beschikbaar. De kamer die we van tevoren online hadden gereserveerd. Wat ze wel hadden was een eenpersoonskamer, waar ze een extra bedje neer konden zetten. Zo’n veldbed waar je bijna niet in kan bewegen omdat het dan dubbelklapt, weet je wel? Uiteraard waren we het hier niet mee eens maar de kamer kon absoluut niet goedkoper. Na wat discussie zijn we uiteindelijk maar akkoord gegaan met een gratis fles champagne. We moeten toch ergens slapen. 



De kamer was een beetje triest, zelfs zonder veldbed. Het leek meer op een soort cel. Maar goed, we hadden in elk geval een slaapplek. Wat wel positief was, was dat er een aantal leuke restaurantjes te vinden waren in de omgeving. We besloten naar de franchise Frank by Basta te gaan, wat bekendstaat om zijn burgers en spareribs. Het restaurant was heel tof ingericht, modern en hip. De menukaart was een soort stripboek, de vormgeving was heel cool gedaan (en we weten allemaal dat ik daar blij van word). Maar dat niet alleen: het eten was echt fantastisch. Een echte aanrader als je je ooit in Rusland bevindt. Na deze goede afsluiter trokken we ons terug naar de hotelkamer, dronken de champagne op en kropen in ons (veld)bed.


 

Erg uitgerust waren we niet, zoals je waarschijnlijk al verwachtte. Toch gingen we vol goede moed weer verder. Ons doel was nu Nizhny Novgorod, maar dat gingen we niet halen in één dag. We overnachtten in Perm en vervolgens in Kirou. Het weer was ondertussen flink omgeslagen. De regen kwam met bakken uit de lucht en straten stonden compleet onder water. In Kirou gingen we uit eten bij een Italiaan, wat ons goed beviel. Toen we de taxi in en uit moesten stappen, moesten we springen over de diepe plassen die waren ontstaan. Eerlijk waar, je stond tot halverwege je schenen in het water. Dat weer zette nog even door, maar we bereikten de volgende dag toch Nizhny Novgorod. 


We settelden in een hotel in de stad, met een goed vooruitzicht voor de volgende dag: we zouden op bezoek gaan bij het Russische stel dat we op de Pamir hadden ontmoet. Even een kleine terugblik: Irina en Alexey reden met hun Opel de Pamir, we sliepen in hetzelfde gasthuis en dineerden samen en de volgende dag ging hun Opel stuk en moesten ze terug. We hadden nummers uitgewisseld en toen ze hoorden dat we via Rusland terug zouden rijden, hadden ze ons uitgenodigd bij hun thuis. Hartstikke leuk, natuurlijk! Omdat we dit al een tijdje geleden besproken hadden, had Amy een paar leuke, Nederlandse souvenirs meegenomen die we konden geven. Daarbij hadden we een kaartje geschreven in het Russisch. Je gaat immers niet met lege handen langs. 


De volgende dag waren we rond twee uur bij Irina en Alexey. Ze hadden flink hun best gedaan, want de tafel stond vol eten. Van blini tot gebakken kip, van fruit tot appeltaart. Aardappeltjes, chips, wijn en bier. Het was er allemaal. Irina liet me haar knutselbureau zien en gaf me van alles mee. Mooie, Russische spelden, kaartjes en zelfgemaakte hangers. Uiteindelijk stonden er drie tassen aan cadeautjes, eten en zelfgemaakte producten voor ons klaar om mee te nemen. We lunchten en gingen toen Nizhny Novgorod in voor een rondleiding. Ze namen ons mee langs de boulevard, waar je kon uitkijken over de Wolga. We bekeken mooie gebouwen en kerkjes en gingen met een kleine, rode kabelbaan het Kremlin op. Ondanks het slechte weer was het uitzicht fantastisch. We begaven ons langzaamaan weer naar beneden, waar we nog een wandeling maakten. We gingen uit eten in de stad. Onderweg naar het restaurant kwamen we langs de ‘Geboorte van de Moeder Gods’-kathedraal, een gebouw met prachtige, gekleurde koepels. Het restaurant zelf was ook mooi, we zaten buiten in een soort glazen kas die versierd was met gezellige lichtjes. Het eten was goed en het gezelschap nog beter. In eerste instantie was het ons plan om de volgende dag verder te gaan, maar Irina en Alexey wisten ons te overtuigen dat er meer te zien was, dus we besloten wat langer te blijven. 



Tot nu toe hadden we nog niet heel veel gemerkt van de oorlog, buiten een behoorlijk aantal militaire voertuigen en colonnes. Maar daar zijn ze sowieso wel fan van in Rusland. Ook hangen er langs de weg advertenties van het leger, die grote geldbedragen aanbieden als je je inschrijft. Maar het duidelijkst was het in de kleine dorpjes. Ieder dorpje had een begraafplaats die verdubbelt leek te zijn. Overal lagen bloemenkransen en hingen vlaggen. Rusland heeft duizenden soldaten verloren en dat is te zien, met name op het platteland. Een triest gezicht. In grote steden zoals Nizhny Novgorod is dat minder zichtbaar, maar we merkten wel iets anders: het internet signaal werd geblokkeerd. Door de hele stad konden mensen alleen gebruikmaken van wifi, ook de Russen zelf. Soms werd zelfs de wifi geblokkeerd en hadden ze helemaal geen internet, vertelde Alexey ons. In een wereld die toch veel op het internet vertrouwt, best lastig af en toe. Gelukkig was het voor ons geen groot probleem, maar het was interessant om te horen hoe het voor Irina en Alexey is.


De dag erna hadden we wat eerder afgesproken en gingen we eerst naar de kerstdecoratiefabriek Ariel. Deze fabriek levert kerstdecoratie over de hele wereld, stuk voor stuk handgemaakt. We konden helaas geen rondleiding doen, maar de winkel was wel open. Prachtig versierde kerstballen, beeldjes en kaartjes. Er was ook een stukje museum te vinden, omdat Ariel al sinds 1936 bestaat. In het museumgedeelte was oude Sovjet kerstdecoratie te vinden, samen met foto’s van de fabriek en opgetuigde bomen. We namen een kerstbal mee als cadeautje en kochten ook een kaartje om thuis op te hangen. 


Na de fabriek gingen we op jacht naar nog meer souvenirs om thuis cadeau te doen. Irina en Alexey wisten wel een paar mooie winkels te vinden. Eerst gingen we naar een klein, achteraf gelegen winkeltje met sjaals. Het was een winkel waar alleen Russen kwamen, geen toeristen. Zo zie je maar weer dat het loont om een Russische gids te hebben! Irina liet ons verschillende traditionele sjaals zien en we namen er een paar mee. Vervolgens brachten ze ons naar een enorme winkel met beeldjes, servies, decoratie en zelfs meubels. Stuk voor stuk prachtig. Als het kon had ik de hele winkel meegenomen, maar we kozen een paar dingen voor onszelf en voor onze familie en moesten de rest helaas achterlaten. 


Er waren nog een aantal dingen in Nizhny Novgorod die we nog niet hadden gezien. Irina en Alexey lieten ons de Chkalov trappen zien. Enorme trappen die vanaf helemaal bovenaan het Kremlin naar de boulevard beneden liepen. De langste trappen van Rusland zelfs. Bovenaan de trappen staat een beeld van Valery Chkalov, een testpiloot uit de Sovjet-tijd die de titel Held van de Sovjet-Unie kreeg. Het was de hoogste onderscheiding in de Sovjet-Unie. Hij werd samen met de Orde van Lenin toegekend voor heldhaftige daden in dienst van de Sovjet-Unie. Op het platform bovenaan was wederom een geweldig uitzicht over de Wolga te vinden. We zochten een klein cafeetje in de stad op voor de lunch, die bestond uit pelmeni met zure room voor mij en Russische shashlik voor Huib. 



Buiten dat de Wolga mooi is om te zien, loopt er ook een kabelbaan overheen. Deze kabelbaan loopt tussen Nizhny Novgorod en Bor. Het is inmiddels een belangrijk deel van de infrastructuur en bewoners van beide steden gebruiken de kabelbaan dagelijks voor hun woon-werkverkeer. Wij bezochten ook de overkant, waar we een rondje liepen voor we weer terug gingen. Een uniek uitzicht over de rivier, zo in die kleine gondel. Na ons avontuur over de Wolga namen we afscheid voor die dag. Morgen zouden Irina en Alexey ons nog een paar mooie dingen buiten Nizhny Novgorod laten zien, alvorens we toch echt vaart zouden gaan maken richting Moskou.



We vertrokken de volgende dag redelijk vroeg samen met Irina en Alexey richting de stad Gorochovets. Eenmaal daar aangekomen was het eerste mooie gebouw al in zicht: het Sretenskiklooster. Het is een Russisch orthodox klooster, gebouwd in 1397, waar nu nog steeds nonnen wonen. We mochten een rondje lopen door de kloostertuin en we mochten zelfs foto’s maken. De nonnen waren druk bezig met het schilderen van de muren, het in orde maken van de tuin en de stofraggen weghalen bij de poorten. Een van de nonnen vroeg Alexey om hulp, omdat ze niet bij het plafond kon.



Een stukje verderop, voorbij het centrale plein, bevond zich de Blagoveshchenskiy Sobor. Helaas kon ik maar weinig informatie vinden over dit gebouw, maar mooi was het wel!



We stapten in de auto om de heuvel op te rijden. Hier staat het Svyato-Troitskiy Nikol'skiy Muzhskoy Yeparkhial'nyy Monastyr'. Gezondheid. Heb jij het helemaal gelezen? Ik ook niet. Maakt niet uit. Ook dit is een klooster, maar voor mannen. En wat voor een. Het was omringd met grote, witte muren. Daarbinnen stond een enorme witte kerk en de tuin was gevuld met bloemen. Het werd duidelijk heel goed bijgehouden. Binnen de muren droegen Irina en ik een sjaal om ons hoofd, uit respect. We liepen een rondje over het terrein, waar je mooi uitzicht had over de rivier. Aan de overkant van de rivier is nog een klooster. ‘s Zomers ligt er een brug over het water, maar ‘s winters trekken ze die in en zijn de monniken op zichzelf aangewezen. Wanneer het heel hard vriest kun je over het ijs naar de overkant lopen. Na ons rondje om de kerk, mochten we ook nog even naar binnen. Hier mochten uiteraard geen foto’s worden gemaakt, dus dat hebben we ook niet gedaan. 



Het laatste wat Irina en Alexey ons wilden laten zien, was een stukje verderop. We reden met beide auto’s naar Lysaya Gora, een uitkijkpunt over de rivier en de bossen. Werkelijk een prachtig gezicht, waar je ver kunt kijken. Een mooie afsluiting van onze dagen samen. 


Nadat we het uitkijkpunt hadden bezocht, was het tijd om afscheid te nemen. We bedankten Irina en Alexey voor hun gastvrijheid, al hun cadeautjes en de goede zorgen. Uiteraard zijn ze ook welkom bij ons in Nederland, al zal dat voorlopig niet zo makkelijk gaan. We beloofden dat we, als we ooit weer in Rusland zouden zijn, we het zouden laten weten. En met die belofte, gingen we op weg naar Moskou. 



Omdat we die ochtend vrij vroeg waren vertrokken, konden we het die avond nog redden naar Moskou. Het zou betekenen dat we niet heel veel tijd in de stad zouden hebben, want we hadden al aardig wat dagen in Nizhny Novgorod besteed. We zochten een hotel uit en gingen vervolgens met de taxi de stad in om wat te gaan eten. Voor we naar het restaurant zouden gaan, gingen we eerst langs een van de mooiste bezienswaardigheden in Moskou. De Basiliuskathedraal wordt vaak gezien als een van de mooiste Russisch-orthodoxe kerken en dat is niet vreemd. Het ligt aan het Rode Plein, wat het hart is van Moskou. En niet alleen van Moskou, maar van heel Rusland want er hebben hier veel belangrijke historische gebeurtenissen plaatsgevonden. Helaas konden we niet heel dichtbij komen en was het Rode Plein afgesloten vanwege een militaire parade. Maar ook van een afstandje was het prachtig om te zien. Na wat foto’s vervolgden we onze weg en liepen we richting het restaurant. Moskou staat vol mooie gebouwen, dus links en rechts was er genoeg te zien. Het was druk, dus veel restaurants zaten vol. Uiteindelijk vonden we een plekje bij Osterio Mario. De zaak was prachtig ingericht en het eten was nog veel beter. De risotto was echt een 10/10 en de cocktails ook. Na het diner namen we de taxi terug naar het hotel en toen zat onze Moskou ervaring er alweer op. 



Het was te ver om in een keer naar de grens te rijden, dus sliepen we de dag erna in een transithotel in Pleskau. Vanuit daar konden we vroeg bij de grens staan. We hadden geluk, want er stonden maar twee auto’s voor ons! De grensovergang was pas net open, dit beloofde veel goeds. Er mochten eerst nog wat vrachtwagens doorheen. Logisch, dat wisselt elkaar bij elke grensovergang af. Na een tijdje vonden we het toch wel lang duren. Een uur ging voorbij. Toen nog een. Na een uur of vier wachten konden we eindelijk de poort door. Een uur of vier wachten op twee auto’s en een vrachtwagen. Hoe traag wil je het hebben?


Eenmaal door de poort begon het een beetje te dagen waarom alles zo lang duurde. Er was amper personeel. We lieten onze paspoorten checken, wat verrassend vlot ging, maar daar hield het ook wel op. Een soldaat vertelde ons dat we de auto leeg moesten maken en dat al onze spullen door een X-ray moesten. We protesteerden en probeerden uit te leggen dat ‘al onze spullen’ niet alleen een paar tassen waren. Dat kon hem niet schelen. Alles moest eruit. Elke wc-rol. Ieder potje kruiden. Elke vork en elk mes. Dat was echt een verschrikking. Onze auto zat propvol, helemaal met alle extra spullen die we hadden gekocht en gekregen. Het ergste van alles? Meer dan de helft van de tijd was de X-ray onbemand omdat ze te weinig personeel hadden. Na een tijdje lag er een enorme rij aan spullen van ons, terwijl meer en meer mensen stonden te wachten. Het personeel was niet aanspreekbaar, werkte niet mee en was de helft van de tijd nergens te bekennen. Huib bracht de ene na de andere tas naar de scanner. Ondertussen probeerde ik het een en ander ertussenuit te smokkelen. Het stapeltje spullen dat al gescand was, lag naast de auto. Aangezien er nergens personeel te bekennen was, legde ik af en toe een tasje bij de ‘gescand’ stapel. Scheelt toch weer tijd. Als souvenirs hadden we ook een aantal flessen wodka gekocht, we wisten niet zeker of we daar de grens mee over mochten. We hadden ze al verstopt, maar nu alles eruit moest wist ik ze kundig onderin een paar ‘al gescande’ tassen te proppen. Moet kunnen, toch?



Uiteindelijk duurde de Russische kant acht uur. Acht uur aan wachten, spullen scannen en weer inpakken. We waren er helemaal klaar mee. Ons record lag op 8,5 uur, maar we moesten nog naar de Estlandse kant. We wisten niet hoe streng zij zouden zijn, je gaat per slot van rekening toch Rusland uit en Europa in. Wie weet hoeveel problemen dat op kon leveren? Rond een uur of vijf kwamen we aan bij de Estlandse grenspost. Daar lieten we onze paspoorten zien en we kregen een warm welkom. Een van de soldaten wierp een blik op onze auto en knikte, ze gebaarde dat we verder mochten. In totaal duurde het hele Estlandse deel misschien 15 minuten. Man, wat hou ik van Europa. 


En zo waren we opeens weer op Europees grondgebied. Toch wel weer lekker, hoor. Inmiddels wilden we wel naar huis en omdat het nog redelijk vroeg in de avond was besloten we hem door te trekken naar Šiauliai, Litouwen. In één keer Estland en Letland door. We kwamen ‘s avonds laat aan in Šiauliai en vertrokken er ‘s ochtends vroeg weer. Berlijn zou onze laatste stop zijn voor we thuis waren. 


We boekten een hotel en maakten vaart richting Berlijn. De dagen waren lang, de wegen saai maar van goede kwaliteit. Dat hadden we gemist. Het was al donker toen we in Berlijn aankwamen, we hadden zo’n twaalf uur gereden. Zodra we de stad in reden werden we begroet met een typisch Berlijns tafereel: twee mannen in strakke, latex politiepakken die weinig aan de verbeelding over lieten. Classic. 


De ochtend erop vertrokken we vroeg en de reis ging voorspoedig. Rond een uur of zeven ‘s avonds kwamen we aan. Ons huis was blinkend schoon. Het was versierd met vlaggetjes, ‘welkom thuis’ en foto’s van onze reis op mooie canvassen. Hoe lief is dat? Onze familie had goed voor ons huisje gezorgd. 



Toen we een beetje geland waren vroegen we ons af wat we die avond gingen doen. We konden de katten voorlopig nog niet ophalen, we hadden geen tv en internet en al onze spullen zaten nog ingepakt. Zit je dan op je bank. Niet gezellig. Dus besloten we meteen maar langs te gaan bij mijn moeder, die dat wel kon waarderen ;). 


De week erop konden we de katten ophalen, waren onze spullen grotendeels uitgepakt en was de rust een beetje wedergekeerd. Inmiddels zijn we alweer een tijdje thuis. Het is gek hoe snel alles vervaagd, maar daarom zijn we erg blij met al onze foto’s en deze blogs. Als ik alles teruglees, is het net of ik er weer even ben. Dit is het einde van ons Zijderoute avontuur, maar zeker niet van onze reislust. De volgende reis komt gewoon weer op de website te staan! 



 
 
 

Comments


Boottrip_Logo_main_wit.png

Schrijf je in voor de nieuwsbrief en mis nooit een nieuwe blog

© 2025 Boottrip. Powered and secured by Wix

bottom of page